Het klimaat van de provincie Utrecht.
Ondanks de
geringe omvang van de provincie Utrecht kent het gebied een grote
verscheidenheid aan landschappen. Dat komt omdat ze op de grens ligt van nat en
droog Nederland en ook de aanwezigheid van de Utrechtse Heuvelrug, die in de
voorlaatste IJstijd is ontstaan. De hoogste heuvels zijn 60 tot 70 meter hoog.
In het zuiden zien we rivierenlandschap. De westelijke helft van de provincie
bestaat uit polders en er zijn nogal wat plassen.
Hiermee samenhangend komen in Utrecht grote klimatologische verschillen voor.
Utrecht grenst aan vier provincies die sterk in klimaat verschillen. Het mag
daarom duidelijk zijn dat Utrecht van alles wat meepakt. Weeramateurs in en rond
de stad Utrecht moeten er aan wennen dat als iets bijzonders gebeurt, er altijd
20 kilometer meer naar het oosten, zuiden, noorden of westen iets extremers
gebeurd is.
Onweer
Onweer komt in de zomer het meest voor in het oosten van de provincie, met name
boven de Heuvelrug. Opvallend is de onweersrijkheid van de omgeving van
Amersfoort. Een en ander heeft vrijwel zeker te maken met de bodemgesteldheid -
zandgrond die snel wordt opgewarmd en wat hoogteverschil. In de winter onweert
het vooral in het westen van de provincie. De ligging dichter bij de
Noordzeekust speelt hierbij een rol. Ook de directe omgeving van de stad Utrecht
is op jaarbasis redelijk bedeeld met onweersdagen. Dat komt omdat in de zomer in
een strook vanaf Antwerpen, richting de regio Rotterdam en verder noordoostwaarts
vrij veel onweersbuien voorkomen, waar het centrale en westelijke deel van
de provincieregelmatig een graantje van meepikt - meer dan het gebied verder
noord en zuid van de stedelijke agglomeratie. De stadswarmte en de
aanwezigheid van wat industrie zou ook een geringe rol kunnen spelen.
Regen
Het blijkt dat het midden, noorden en westen van de provincie natter zijn dan
het zuiden. Met name rond Wijk bij Duurstede lijkt een neerslagminimum te
liggen. Hoe dat precies kan is onduidelijk. Opvallend is het grote
neerslagverloop in de langjarige gemiddelden tussen De Bilt en Culemborg. In
sommige jaren blijkt De Bilt 20 procent natter te zijn dan het 15 kilometer
zuidelijker gelegen Culemborg. De stad Utrecht lijkt buien te triggeren. Ook
boven de Heuvelrug willen buien vaak activeren.
Sneeuw en winterweer
Sneeuw wordt in Utrecht redelijk frequent waargenomen. Is er een strenge winter
gaande, dan hoort de provincie Utrecht eerder bij Zuid- dan bij Noord-Nederland.
Het sneeuwdek blijkt vaak op de heuvelrug dikker te zijn, eerder te verschijnen
en langer te blijven liggen. Dit wordt vooral veroorzaakt door de schaduwrijke
bossen, de lage nachtelijke minima, maar ook het hoogteverschil speelt zeker bij
buiensituaties een rol. Met name Maarn en Maarsbergen zijn beroemde plaatsen.
Neerslag, samenhangend met een oceaanfront gaat in de winter bij het passeren
van de Heuvelrug geregeld over in sneeuw.
Temperatuur
De laagste temperaturen van de provincie - en geregeld ook landelijk - op
KNMI-meetposten worden in koude winters vrijwel altijd gehaald in Soesterberg.
De zandgrond en de hoogte zijn daar gunstig voor. Het station wedijvert vaak met
Twenthe. De hoogste temperaturen worden in het zuiden van de provincie gemeten.
Het noorden heeft soms invloed van het IJsselmeer.
Zonneschijn.
Wat zonneschijn betreft is de provincie Utrecht een mooie middenmoter. Het vrij
dichtbij zee gelegen noordwesten komt dankzij de overvloedige lentezon in de
kustgebieden jaarlijks nog tot ruim 1550 uur zonneschijn. In het ver
landinwaarts gelegen en heuvelachtige zuidoosten van de provincie is de zon
slechts 1460 tot 1500 uur te zien.
Zeewind
Zeewind komt voor. Soms weet een zeewindfront de stad Utrecht te halen. Alleen
is het dan niet meer zo duidelijk als aan de kust. In het noorden is er soms
IJsselmeerwind. Deze komt echter niet zover landinwaarts.
Bijzonder
weer.
Dankzij de beschutte ligging achter de Heuvelrug worden er in en rond Maarn,
Maarsbergen en Overberg in de winter vaak erg lage minimumtemperaturen gemeten.
Dit heeft ook te maken met de grondsoort, vrij hoog gelegen en droog dekzand. In
het zomerseizoen worden om dezelfde redenen overdag vaak heel hoge temperaturen
gemeten. In de overgangsseizoenen is er vaak sprake van een naar Nederlandse
begrippen extreme dagelijkse gang in temperatuur. Tijdens helder weer is een
verschil van 20 graden eerder regel dan uitzondering. In de ochtend in april
vorst op ooghoogte en ’s middags aangenaam bij een temperatuur van 20 graden.
Het is een van de meest windluwe gebieden in ons land. Het stormt er zelden.
Samenvatting.
Utrecht pakt van alles wat mee. In het westen overheerst de zee-invloed met veel
meer wind dan in het oosten; met name op de Heuvelrug is het klimaat veel
continentaler. Sneeuw valt veel op de Heuvelrug, warm is het in de zomer in het
oosten en zuidoosten.
Bron: Het Weer Magazine